De Ontnuchtering
Onlangs werd ik in het plaatselijke
voetballokaal, bij het nuttigen van een onbepaalde hoeveelheid bier, aangeklampt
door een manspersoon die mij minachtend de volgende vraag stelde:
"Badminton, wat is dat nu voor een sport?" De man moest op de hoogte
geweest zijn van mijn bezigheid.
Het liefst had ik hem, omwille van zoveel domheid, tegen zijn kloten willen
stampen, als hij die tenminste zou hebben. Doch hij was groter dan ik en voetbal
was niet mijn sterkste kant. Ik antwoordde hem dus beheerst: "Badminton is
de sport der vederlichtheid. Het is de sport waarin de strijd tegen het pluimpje
centraal staat, met als enig wapen de racket en als enige vijand de
zwaartekracht. "
Bij het aanhoren van deze diepzinnige uitspraak begon de vragensteller met de
ogen te rollen en zocht hij wanhopig naar een ander gespreksonderwerp. Ik ging
echter onverstoorbaar verder.
"Badminton, mijn beste vriend, is gelijk het leven zelf, maar dan met een grotere intensiteit! Men ken vreugde, wanneer men het pluimpje met grote precisie weet de deponeren waar dit het minst verwacht wordt, wanneer men het pluimpje een baan laat beschrijven die schijnbaar onmogelijk is. Dat heeft allemaal te maken met ingewikkelde ballistische berekeningen doch enkel met het gevoel, beheersing, wilskracht en mobiliteit. Hoewel ik over dit laatste niet zeker ben.
Men kent angst, men kent verdriet, ontroering en nog andere gemoedstoestanden waar ik op dit moment niet op kan komen...maar bovenal VRIENDSCHAP! Want in de hitte van de strijd kent men z'n vrienden. Op die momenten waarop mijn medespeelster met haar allerlaatste krachtinspanningen en in complete zelfverloochening zich voor me werpt om een gevaarlijke pluim op te vangen, dan denk ik dikwijls: ja, zij was een ware vriendin."
De man tegenover mij keek mij nu
verbijsterd aan, en trachtte door het bestellen van een comsumptie aan mij
aandacht te ontsnappen. Doch ik zette allengs mijn betoog verder:
"Ook ik speel het nu een jaar", zo vervolgde ik mijn verhaal,
"maar beheers het nog niet in de finesse. Eigenlijk sla ik maar wat."
En inderdaad, ook het pluimpje beweegt (af en toe).
"Anderen daarentegen voeren een soort ballet op. Hun bewegingen zijn
sierlijk als de vleugelslag van een vogel. Het is alsof zij één worden met het
pluimpje. Zij zweven van de ene hoek van het veld naar de andere. En zie, op de
duur raken zij de aarde niet meer. Zij behoren niet meer tot deze wereld. ZIJ
SPELEN BADMINTON."
Dikwijls raakte ik in vervoering van hun spel. En dat was niet door de schoonheid van enkele vrouwelijke spelers (of toch niet altijd) maar wel door de schoonheid van het spel dat zij opvoerden. Dit wil ik duidelijk stellen om vergisingen en achterklap te vermijden. Trouwens, de mannen mogen er ook wel zijn, doch hier wil ik niet dieper op ingaan.
Ondertussen was bij mijn toehoorder de kleur uit het gelaat getrokken. Tot mijn vreugde stelde ik vast dat zijn avondje lullen over voetbal nu wel compleet naar de botten was. Vastbesloten om er nog een schepje bovenop te doen, stelde ik hem de volgende retorische vraag: "Wat is er heerlijker dan na de training onder de douche gemasseerd te worden door je medespeelster? Wat is er heerlijker dan nadien nog samen in elkaars armen te genieten van een fles koele wijn?"
Dit, beste vrienden, was het punt waarop het teveel werd voor de man tegenover mij. Kreunend stond hij recht en liep wankelend naar de deuropening alwaar hij schuimbekkend in elkaar zakte. Zijn verdiende loon dacht ik. Eén ding was zeker. Deze man speelde geen badminton. Zijn vrouw echter wel.